Mopje schreef:
v = H*Dnu
Dnu = (c/H)ln(1+z)
Dus: v = ln(1 +z)c
Met z = 8,55 (sterrenstelsel UDFy-38135539, ontdekt in 2009)
Dnu = (c/2,3.10^-18) . ln9,55 = 2,941.10^26 m = 31,1.10^9 lj
v = ln9,55 x c = 2,26c
Tot hier alles OK!
De 13.8 was dan de Dnu, die in de wet van Hubble gaat. Het licht werd uitgezonden toen het heelal 5 miljard jaar oud was (grofweg) en de tijd dat het nodig had om ons te bereiken was 9 miljard jaar. Het heelal is nu immers 14 miljard jaar oud. Dit zit natuurlijk vol afrondingsfouten. De tijd die het licht nodig had is tnu-temmissie, dat laatste is een beetje moeilijk te bepalen, we waren er immers niet bij.
Ik weet niet zeker of ik hier nog mee ben.
Dn /Dt = 1 +z
Dt = Dn / 9,55 = 3,3.10
9 lj
Maar onze 'plaats' als waarnemer heeft zich ook verwijderd van de 'plaats' van emissie, zodat wij ons nu op 13,1.10
9 lj daar
vandaan zouden bevinden.
Sinds de emissie, 13,1 miljard jaar geleden, zouden wij ons dus (13,1 – 3,3).10
9 = 9,8.10
9 lj van de 'plaats' van emissie
hebben verwijderd met een gemiddelde snelheid van D / t = 0,75c.
Het sterrenstelsel heeft zich, in 13,1 miljard jaar, (31,1 – 3,3).10
9 = 28.10
9 lj verwijderd van de 'plaats' van emissie
met een gemiddelde snelheid van 2,14c.
Omdat de voortplantingssnelheid van EM-straling onafhankelijk is van de bewegingstoestand van de stralingsbron konden de foton met v = c ons, met v = 0,75c, inhalen. Dat is de reden waarom die stralingsbron met superluminale recessiesnelheid toch kon worden waargenomen
Groetjes,
jm074.