Pagina 1 van 1

Rethinking Economics: geen gewone handelswaar!

BerichtGeplaatst: 30 aug 2016, 10:30
door André Bequé
In De Standaard van zaterdag 23 juli werd het boek van Karl Polanyi “The great transformation” onder de aandacht gebracht via een essay van de hand van Philipp Blom. In de korte inleidende tekst stelt Blom dat eigenlijk iemand een boek zou moeten schrijven over alle veranderingen die in deze tijd gaande zijn, maar hij vervolgt met te zeggen dat een dergelijk boek al bestaat in de vorm van Polanyi’s boek: The great transformation van Karl Polanyi is in 1944 geschreven maar met het jaar wordt het juister en profetischer. De tijdgenoten van Polanyi (von Hayek, von Mises) kregen in die periode meer aandacht en meer naam maar waren blijkbaar minder goed in staat om de diepere essentie te vatten van wat er gaande was.

De belangrijkste vernieuwing waarmee Polanyi in zijn boek voor de dag komt is de vaststelling dat land (de natuur), arbeid (het individu), en geld geen gewone handelswaar zijn – Polanyi noemt ze “denkbeeldige goederen” – ofschoon ze toch als dusdanig behandeld worden in het economische gebeuren. Polanyi ziet het gevaar opdoemen dat de samenleving als een aanhangsel van de markt wordt terwijl hij van mening is dat een markt moet ingebed zijn in een samenleving, want als dat niet (meer) het geval is dan duiken net die versmachtende crises op waar we in onze tijd nu al een paar decennia mee te maken hebben en waarmee economisten en politici geen weg weten: de dreigende ecologische catastrofe, de groeiende kloof tussen arm en rijk door tekort aan behoorlijk betaalde arbeid, en de wurging van de productieve economie door de louter financiële speculatieve economie. Met die vaststelling had Polanyi eigenlijk de sleutel in handen om een nieuw economisch paradigma te formuleren maar dat is niet gebeurd.

Waarom mogen die drie productiefactoren niet zoals alle andere goederen zonder beperking aan de marktwerking onderworpen te worden?
Voor de natuur (het ecologische systeem) is dat het geval omdat het gewoon de sokkel is waarop het hele maatschappelijk systeem berust. Millennia lang had de mensheid alleen maar de natuur om te leven en te overleven. Pas vanaf de vaste vestiging en de opkomst van de landbouw is de mensheid op die sokkel meer gesofisticeerde lagen gaan bouwen. Dat ons leven nu met veel meer andere zaken dan landbouwproducten gevuld is betekent niet dat we zonder de natuur kunnen. Als die sokkel instort moeten we gewoon de invulling van alle behoeften vergeten.

De arbeid waar Polanyi het over heeft is niet de arbeid geleverd door dierlijke inspanning of door machines maar wel de arbeid gepresteerd door mensen. Altijd is die arbeid er geweest waardoor individuen, als deel van een gezin, konden zorgen voor de middelen om een behoorlijk en voldoening schenkend leven te leiden. Met de industrialisering, verstedelijking en automatisering is voor velen arbeid (betaald of niet) niet meer beschikbaar waardoor de verantwoordelijkheid en de fierheid voor de zorg voor een gezin onmogelijk is geworden.

Geld heeft in wezen drie functies: ruil of betaalmiddel, bewaarmiddel voor waarde, en investeringsmiddel. Bij de investeringen is een onderscheid te maken tussen de productieve investeringen die een directe of aanwijsbare band hebben met de productieve economie, en de speculatieve investeringen die zo een band niet hebben. Alle speculatieve financiële investeringen gebruiken geld niet als een betaalmiddel maar als een gewone handelswaar waarmee dan fictief extra geld gecreëerd wordt dat zeer schadelijk is voor de productieve economie; het is zoals een appelsienschil die alsmaar dikker en dikker wordt ten koste van de eigenlijke vrucht binnenin die dan afsterft.

Bovenop de oneigenlijke aanpak van natuur, arbeid, en geld wordt het gangbare economieparadigma ook nog gehypothekeerd door de fictieve of denkbeeldige opsplitsing in producenten en consumenten, waarbij consumenten dan synoniem is voor gezinnen. De productie van gezinnen bestaat er nochtans in om door voeding, verzorging, opvoeding, en training te zorgen voor gezonde, wijze, praktisch ingestelde, en innovatieve nieuwe leden van de samenleving die hun capaciteiten dan aan die samenleving kunnen beschikbaar stellen. Zonder die productieve inspanningen, waarin ontzettend veel arbeidstijd gestopt wordt en geld in geïnvesteerd wordt, zouden onze samenlevingen nog op het niveau van het steentijdperk zitten. De suggestie dat gezinnen niet produceren, via de artificiële splitsing in producenten en consumenten, dient alleen maar het concept van de markt. Gezinnen (gezinshuishoudingen) zijn oorsprong en einddoel van alle economische activiteit ook al komen daar in een gesofistikeerde wereld redelijk grote omwegen bij kijken.

Met deze vierde belangrijke rechtzetting erbij levert het Economische Realiteit Systeem (ERS) de kern van het paradigma waarmee wel aan de hangende maatschappelijke crises gesleuteld kan worden want het laat toe om een kader te definiëren en te creëren waarin de eigenlijke en de denkbeeldige goederen ingezet worden om te komen tot een zo gelijk mogelijke verdeling van alle stromen die daarbij komen kijken. Want in het ERS is de natuur de sokkel, zijn de individuen (gezinnen) de doelgroep, en wordt speculatieve financiële economie gebannen. De focus is helemaal gericht op de gezinnen omdat die niet alleen economische entiteiten zijn maar tevens sociale cellen en de kleinste politieke (= solidariteits)huizen. Marktwerking is, ingebed in een dergelijke omgeving, mogelijk zonder de samenleving te domineren en/of te ondergraven.